Vanaf morgen is het ook in Midden-Nederland een feit: alle scholen beginnen weer. Dat is voor iedereen vaak weer even omschakelen. De overgang van vrijheid en meer ongedwongenheid naar een strakkere structuur kan voor kinderen en jongeren lastig zijn. Wat gebeurt er nu eigenlijk in ons brein tijdens deze overgang? En hoe kunnen we kinderen en jongeren hier goed in begeleiden?
Vakanties zijn gezond!
Vakanties zijn over het algemeen heel gezond voor je hersenen, dat stelt ook de Hersenstichting: net zoals je spieren moeten herstellen na een lichamelijke inspanning, hebben ook de hersenen hersteltijd nodig van prikkels en dagelijkse routines. Kort samengevat komt er dan meer dopamine en serotonine vrij en het stresshormoon cortisol neemt vaak af: dat zorgt er samen voor dat we ons meestal beter voelen tijdens de vakantie (en daar hoef je niet eens voor naar het buitenland te gaan).
Dopamine komt vooral vrij wanneer een bepaald verlangen wordt vervuld. Bijvoorbeeld: als je iets voor elkaar hebt gekregen wat je graag wilde. Daar krijg je een fijn gevoel van en dat motiveert om het gevoel vaker te ervaren. Het heeft invloed op onze intrinsieke motivatie en ons zelflerend vermogen. In vakanties hebben we doorgaans onze dagindeling meer zelf in de hand: we hebben dan ook meer vrijheid om te doen waar we zin in hebben. Daardoor wordt dit hormoon over het algemeen in vakanties sneller en vaker geactiveerd.
Serotonine zorgt ervoor dat we ons rustig, tevreden en gefocust voelen en het verbetert onze stemming. In vakanties wordt vaak op een natuurlijke manier gezorgd voor de aanmaak van serotonine, bijvoorbeeld als je een fietstocht of wandeling in de zon maakt of als kinderen lekker buiten kunnen spelen of zwemmen. Het zorgt ervoor dat je kunt genieten.
Welke overgangen ervaren kinderen en jongeren?
Na 6 weken vakantie zijn kinderen en jongeren over het algemeen dus behoorlijk blootgesteld aan dopamine en serotonine. Er zijn in die zes weken soms ook andere routines ontstaan, zoals een ander slaapritme (later naar bed, langer uitslapen) maar wellicht ook meer ontspanning: meer buiten, meer gamen, meer lezen, meer spelletjes spelen, etc. Het weer naar school gaan levert voor kinderen tot 12 jaar andere uitdagingen op dan voor jongeren vanaf 12 jaar en daarmee ervaren beide groepen een ander soort overgang.
Voor kinderen van de basisschoolleeftijd is voorspelbaarheid belangrijk. Die vinden ze over het algemeen weer in het schoolritme en routines, maar dit duurt even en het kan extra spannend zijn als je kind naar een nieuwe klas of zelfs nieuwe school gaat. Het weer aanleren van een nieuwe routine kost tijd. Ze kunnen de spanning die dit kan opleveren nog niet altijd goed onder woorden brengen. Die uiten ze vaak in hun gedrag: huilerig, boos zijn, druk zijn of zich juist helemaal terugtrekken.
Jongeren die op de middelbare school zitten zoeken vooral autonomie: die hebben ze soms in de vakanties ook gekregen. Het balanceren tussen die autonomie enerzijds en de verwachtingen die er weer op school zijn (of die de gevoelde prestatiedruk hen oplegt vanuit social media of leeftijdgenoten) wringt dan. Daarnaast is bij deze groep het slaapritme vaak verschoven tijdens de vakantie, dus kost opstarten relatief veel moeite. Sommige jongeren kunnen dit verbaal goed aangeven: andere jongeren vinden dat lastiger. Bij die groep zie je dan ook vaak het ‘korte lontje’ terug, uitstelgedrag, “ik heb geen zin” (wat vaak betekent: ik zie er tegenop), moeite met opstaan of vluchten in gamen.
Hoe help je als ouder?
In de hectiek van de dag is het soms lastig om bewust stil te staan bij deze overgang en hierop te anticiperen. Jouw ondersteuning als ouder bestaat enerzijds uit het helpen bij de nieuwe routine en anderzijds ervoor zorgen dat ook ná de vakantie de aanmaak van dopamine en serotonine wordt gestimuleerd.
Geen stress, want je kunt dit al creëren door kleine interventies, zoals:
- Je kind/puber zelf laten fietsen ipv met de auto naar school te brengen
- In de weekenden ook ontspannende ‘vakantie-activiteiten’ doen, zoals buiten zijn of samen bordspellen spelen.
- ‘Landingstijd’ na school om even te ontprikkelen (ook ruimte voor emoties of frustraties).
- Vaste ochtendrituelen (evt met plaatjes, zodat jonge kinderen ook zelf kunnen kijken wat er volgt) en vaste bedtijden: juist pubers hebben dit nodig! (Ook al vinden ze zelf vaak van niet…)
Geen zorgen, een overgang is tijdelijk
Als ouder is het belangrijkste om te weten: overgangen kunnen intens zijn, maar ze zijn van voorbijgaande aard. Kinderen vinden vaak hun weg hierin. Je hoeft als volwassene niet alles voor hen op te lossen: het is vaak genoeg als je er gewoon bént en de mogelijke frustraties die je ziet bij je kind (h)erkent. Aanwezigheid en voorspelbaarheid zijn de belangrijkste factoren om ze hier doorheen te loodsen. En dat heb je ongetwijfeld al vaker gedaan!
