foto bosIk loop door het bos. Het is een mooie zonnige zondag, eind van de ochtend, en ik besluit een wandeling te gaan maken. Het waait hard, maar door de zon is de temperatuur heerlijk en daardoor kan ik in mijn T-shirt lopen. Een fles water en een banaan zitten in mijn kleine rugzak. Ik loop in mijn eentje. Het valt me op hoeveel mensen er op zondag samen lopen: met vrienden, als gezin, met honden. Ik vraag mij opeens af hoe andere mensen naar mij zouden kijken. Ik ben alleen, maar zouden zij mij als eenzaam inschatten? Bén ik eenzaam?

Het is best een lastig woord, eenzaamheid. Want je kunt eigenlijk alleen zelf bepalen of jij je zo voelt. Er is niet een meetbare definitie voor. Ik ben eens in de literatuur gaan duiken en de definitie die ik hier steeds terug vind, luidt: eenzaamheid is een subjectieve, negatieve emotionele ervaring, waarbij de persoon een discrepantie ervaart tussen de gewenste en daadwerkelijke kwaliteit en/of kwantiteit van hun sociale relaties. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) maakt onderscheid tussen sociale eenzaamheid, waarbij een gemis in het aantal contacten wordt ervaren, en emotionele eenzaamheid, waarbij een hechte band met anderen wordt gemist.

Het gaat dus om het verschil tussen wat iemand wenst aan sociale contacten en wat diegene daadwerkelijk ervaart, zowel in aantal contacten als in de diepgang daarvan.
               Ik denk terug aan mijn puberteit en studententijd. Sociale contacten had ik zeker, zowel tijdens de lessen als daarbuiten met etentjes en weleens uitgaan, en tegelijkertijd was ik ook geregeld alleen. Dat vond ik zelfs wel fijn. Van nature ben ik een introvert persoon en na een hele dag onder de mensen zijn heb ik ‘alleen-tijd’ nodig om weer op te laden. Dat is nu trouwens nog steeds zo.
Voor mij waren twee heel goede vriendinnen voldoende, die veel van mij wisten, en daarbuiten wat ‘social talk’ met anderen. Het zat voor mij in kwaliteit en niet in kwantiteit.

               Het enige moment waarop ik mij weleens eenzaam heb gevoeld, is in mijn onbeantwoorde liefdes: daar zat nogal een verschil tussen wat ik wenste en wat ik ervoer. Tegelijkertijd vond ik het ook heel lekker om in mijn eentje af en toe te zwelgen hierin. Dat luchtte toch op. Ik vraag mij nu af of dat erg was: ik denk van niet. Want alles samengevat: er waren mensen (familie en vriendinnen) om mij heen die geïnteresseerd waren in hoe het met mij ging. Enkelen diepgaander, de rest oppervlakkiger. En dat voelde voor mij genoeg. Ook in mijn huidige situatie kom ik tot de conclusie in het bos: ik ben graag wel eens alleen en ik voel mij niet eenzaam.

Eenzaamheid bij kinderen en jongeren
Hoe anders is dit voor 10 procent van de kinderen… Daar waar we eenzaamheid in het verleden vooral koppelden aan (alleenstaande) ouderen, is er sinds de Coronapandemie meer aandacht voor eenzaamheid onder jongeren. Het Verwey-Jonker Instituut heeft in 2023 een groot onderzoek verricht onder 9- tot 16-jarigen. Hieruit kwam naar voren dat 1 op de 10 kinderen zich in dat jaar vaak of altijd eenzaam heeft gevoeld. Dit komt voor over de gehele bevolking (niet in specifieke ‘groepen’) en het heeft vooral te maken met hoe anderen omgaan met individuen en diens kenmerken. Daarmee noemen zij eenzaamheid onder kinderen een maatschappelijk probleem.

Wat kun je doen tegen eenzaamheid bij kinderen en jongeren?
Het is lastig om eenzaamheid te herkennen, want je ziet het doorgaans niet aan de buitenkant. Vanuit het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut is er een aantal risicofactoren dat het gevoel van eenzaamheid kan vergroten bij jongeren, zoals:

  • Wanneer kinderen niet gemakkelijk kunnen praten over zaken waar zij zich zorgen om maken, met bijvoorbeeld hun (pleeg)ouders
  • Wanneer kinderen weinig steun ervaren van hun gezinsleden of van vrienden/vriendinnen
  • Wanneer er sprake is van problematisch social media gebruik / gamen (daarvan is sprake wanneer het gebruik ten koste gaat van andere belangrijke leefdomeinen en wanneer er controleverlies is).
  • Wanneer een kind minder vrolijk is door bijvoorbeeld:
    – Pesten
    – Een negatieve schoolbeleving (bijvoorbeeld door een onprettige relatie met de leerkracht of met medeleerlingen).
  • Wanneer individuele factoren een rol spelen zoals:
    – Depressieve symptomen, sociale angst, lage zelfwaardering en hoge stress
    – Een negatieve houding hebben ten opzichte van ‘alleen zijn’.

Tegenover de risicofactoren staat een rij met beschermende factoren, oftewel: als het onderstaande het geval is, is de kans op sterke gevoelens van eenzaamheid bij een kind kleiner. Zoals:

  • Wanneer kinderen sterk ouderlijke steun ervaren (van hun beide (pleeg)ouders)
  • Wanneer kinderen meer vrienden hebben en/of een sterkere kwaliteit van vriendschappen ervaren
  • Wanneer een kind een positieve schoolbeleving heeft: een goede band met de leerkracht
  • Wanneer een kind goed ontwikkelde sociale vaardigheden heeft
  • Wanneer kinderen een positieve houding hebben ten opzichte van alleen zijn.

(Zie voor het complete onderzoek en alle beschermende en risicofactoren het artikel hierboven van het Verwey-Jonker Instituut).

Als ouder kun je je dus bewust zijn van deze risicofactoren en als leerkracht of mentor wellicht ook. En als je je hier bewust van bent en je signaleert thuis of op school iets dat een risicofactor zou kunnen zijn, dan kun je kijken wat binnen jouw invloedsfeer ligt aan beschermende factoren om het weer in balans te brengen.   

Wat mij het meest heeft geholpen in mijn puberteit/studententijd om mij niet eenzaam te voelen, is vooral het kunnen delen van gevoelens met enkele mensen die ik vertrouwede én: dat ik een positieve houding had ten opzichte van alleen zijn. Ook wanneer ik in het bos loop. Of in mijn eentje zonder partner een paar dagen wegga.

Week tegen Eenzaamheid (24-30 sep)
Al met al gaat het vooral om bewustwording, aandacht en praten hierover met kinderen. Deze week start de Week tegen Eenzaamheid (24 t/m 30 september). Het doel hiervan is om het taboe op dit thema te doorbreken, zodat meer mensen in actie komen om eenzaamheid te doorbreken: voor zichzelf of voor een ander. Kijk gerust wat jij kunt doen en welke activiteiten er landelijk en in jouw gemeente georganiseerd worden omtrent dit thema.
Want eenzaamheid onder kinderen is geen probleem van hén, maar van de maatschappij. Als maatschappij kunnen we dus met een oplossing komen. En de maatschappij, dat ben jij!